Is het voor een cijfer? Tips voor het verbeteren van het leerklimaat

23 april 2024

Middelbare scholieren krijgen gemiddeld 102 cijfers per jaar. Dat komt neer op om de dag een cijfer. Het boek ‘Is het voor een cijfer?’ van Johannes Visser, uitgegeven door De Correspondent, opent met deze statistiek. In zijn pleidooi beschrijft hij hoe jongeren veel meer kunnen leren, door stressomstandigheden te verlagen en intrinsieke motivatie te verhogen aan de hand van de grondstoffen voor groei (autonomie, competentie en verbondenheid). We zetten de lessen uit het boek op een rij en geven praktische handvatten om direct aan de slag te gaan.

Een oranje achtergrond met in het midden het boek 'Is het voor een cijfer' en daarnaast ook een smartphone en een iPad waarop het boek gelezen kan worden.

De drie grondstoffen voor groei: autonomie, competentie en verbondenheid

Om je als mens goed te kunnen ontwikkelen zijn er bepaalde basisvoorwaarden nodig; grondstoffen voor groei. We willen als mens zelfstandig zijn (autonomie), goed zijn in iets (competentie) en verbinding maken met onze medemens (verbondenheid). Dit is gebaseerd op de zelfdeterminatietheorie (Deci & Ryan).

Op de middelbare school train je deze eigenschappen. De school moet hiervoor een solide basis bieden. Als deze drie basisbehoeften worden tegengewerkt, kan een leerling psychische problemen als angststoornissen en depressieve klachten ontwikkelen. 

Om een goed leerklimaat te realiseren, is het belangrijk om goed te peilen wat het niveau van autonomie, competentie en verbondenheid is en dit bij te stellen waar nodig.

Weinig grondstof resulteert in veel stress en weinig groei

Het bieden van deze grondstoffen gaat in het onderwijssysteem niet vlekkeloos.

Autonomie is omgeslagen naar controle. Dit is te wijten aan de prestatiedruk in alle lagen van de school: het ministerie controleert de school, de school controleert de leerkrachten en de leerkrachten controleren de leerlingen.

Competentie is omgeslagen naar competitie. Cijfers meten hoe de leerlingen presteren ten opzichte van elkaar en laten niet zien hoe leerlingen individueel gegroeid zijn (dit zou de competentie verhogen).

En er is te weinig tijd voor echte verbondenheid. Leerlingen zijn gebaat bij een goede band met hun docent. Individuele feedback is een opbouwende manier om leerlingen beter te laten leren.

Als je te weinig tijd hebt om de ontwikkeling van elke leerling bij te houden, is een cijfer een snelle manier om inzicht te krijgen. Cijfers zijn pas nodig, vertelt Visser, wanneer persoonlijke aandacht tekortschiet. En het onderwijs kent een groot tekort aan persoonlijke aandacht. Docenten zijn door tijdgebrek niet de coach, maar de scheidsrechter van hun leerlingen.

Mensen willen van nature leren (zelfdeterminatietheorie)

Mensen willen leren, ook pubers. Maar dit lijkt misschien niet altijd zo. Hierbij is de sleutel tot leren intrinsieke motivatie: iets doen omdat je het belangrijk of leuk vindt. Bij intrinsieke motivatie is er geen beloning nodig: de activiteit zelf is de beloning.

Op middelbare scholen is er vaker sprake van gecontroleerde motivatie. Hierin zijn twee vormen te onderscheiden:

  • Externe regulatie: “Ik wil een hoog cijfer halen, omdat iemand anders dat wil en ik straf krijg als het niet lukt.”
  • Geïntrojecteerde regulatie: “Ik wil een hoog cijfer halen, omdat ik bang ben voor een slecht cijfer en de bijbehorende schaamte of schuldgevoelens.”

In beide gevallen is dit extrinsieke motivatie. Extrinsieke motivatie zit de grondstoffen voor groei ontzettend in de weg.

Het is niet heel gek, dat er weinig intrinsieke motivatie is. Het (meeste) onderwijs is gericht op extrinsieke motivatie: school moedigt jongeren aan om zo hoog mogelijke cijfers te halen. Visser maakte als docent zelf mee hoe zijn leerlingen kozen voor ‘het hoogste’ in plaats van voor de optie die het best bij hen past. Een NT-profiel is hoger in aanzien, Latijn en Grieks is niet interessant maar de ‘top’ en iets cultureels doet er niet toe. 

Ik zie het ook bij mensen om me heen. Mensen zijn in eerste instantie geneigd een pad te kiezen met veel aanzien, maar hier worden ze niet gelukkig van. Uiteindelijk komen ze (hopelijk) tot dit inzicht en gaan ze iets doen waar ze energie van krijgen en wat echt bij hen past.

Hoe kun je dit als docent direct toepassen?

Het is niet mogelijk, op creatieve uitzonderingen na (Benieuwd? Lees dan het hele boek 📖), om ineens alle grondstoffen in overvloed aan te bieden. Dat kost, net als bij planten, tijd (en liefde). Maar de volgende punten kun je als docent wél direct in de praktijk brengen.

Geef leerlingen autonomie

Met de komst van ChatGPT en een snelgroeiende digitale wereld, wordt het voor leerlingen steeds makkelijker om ‘vals te spelen’, als ze niet gemotiveerd zijn. Door een gevoel van autonomie ontstaat er (meer) motivatie. Geef in een lesuur bijvoorbeeld twee opties: je mag 50 minuten lezen in een boek voor de lijst of je mag de opgaven voor morgen maken. 

Een ander voorbeeld zie je hieronder bij “anders omgaan met opgaven”.

Geef leerlingen individuele feedback (meer competentie en verbondenheid)

Leerlingen ervaren het gevoel van competentie, wanneer ze feedback gedurende het proces krijgen, in plaats van een cijfer achteraf. Op het moment dat een leerling individuele feedback krijgt, niet alleen over de prestatie maar ook over hoe diegene het proces ervaart, voelt diegene zich ook meer verbonden.

Zet cijfers op een vast tijdstip online (minder stress)

Zorg ervoor dat leerlingen precies weten wanneer ze hun cijfers kunnen verwachten. Of geef cijfers altijd tijdens de les. Als het lukt om dit met alle docenten gezamenlijk af te spreken, is dat helemaal geweldig. Zo hoeven leerlingen niet continu in stress hun telefoon te checken gedurende de week of in het weekend tijdens een verjaardag of voetbalwedstrijd. 

Minder cijfers? Andere blik op cijfers!

Zomaar opeens alle cijfers schrappen is niet mogelijk en is symptoombestrijding. Maar Visser pleit wel voor een ander soort cijfers: cijfers waarbij de drie grondstoffen voor groei in het oog worden gehouden. Je zou leerlingen kunnen zien als planten: als planten niet goed groeien, ligt het vaak niet aan de plant zelf, maar aan de omgeving en grondstoffen. Als je bij de leerlingen de grondstoffen goed gebruikt, zal de leerling groeien. Op die manier wordt een cijfer een middel om te kijken hoe een leerling is gegroeid, in plaats van het ultieme doel. Dan leer je om het leren en niet om het cijfer. Dus: de autonomie, competentie en verbondenheid moet omhoog!

Een voorbeeld daarvan is een werkstuk. Vraag de leerlingen niet slechts om een geschreven tekst, maar bied ook de opties voor het maken van een video, een gedicht, een liedje, een pitch, een quiz of een experiment. In dit geval hebben ze de autonomie om zelf iets te kiezen en creëren. Ze kunnen iets doen waar ze goed in zijn (competentie) en waar ze zich verbonden door voelen. Hierdoor zal de intrinsieke motivatie ongetwijfeld groeien.

Anders omgaan met opgaven

Visser beschrijft in het boek hoe hij op bezoek gaat bij meneer Lamberts. Lamberts vertelt hoe hij gewend was om oefeningen op te geven, die leerlingen zouden helpen om de lesstof te begrijpen. Maar in de praktijk maakten leerlingen vaak de oefeningen die ze al snapten en sloegen ze de lastige vragen over. Soms deed Lamberts daarom het tegenovergestelde: hij vertelde wat zijn leerlingen moesten leren. Zijn leerlingen moesten daarom oefeningen maken, waarvan ze dachten dat ze die nodig hadden om de stof te leren. Hierdoor dachten leerlingen meer over hun eigen proces na en mochten ze eigen keuzes maken (autonomie). 

Een ander mooi voorbeeld van hoe de grondstoffen ervoor zorgen dat leerlingen kunnen floreren, is het profielwerkstuk, beschrijft Visser. Een van zijn leerlingen maakte een cabaretvoorstelling van 40 minuten, waar ze met heel veel liefde en passie aan had gewerkt. Ze mocht iets kiezen (autonomie), ze werd veel begeleid (verbondenheid) en ze kreeg feedback terwijl ze bezig was, in plaats van alleen achteraf (competentie). Ook voor het profielwerkstuk krijgen leerlingen meestal een cijfer, maar veel leerlingen doen het niet alleen daarvoor. Bij het profielwerkstuk, zo weet ik ook van klasgenoten, zijn de grondstoffen ruim aanwezig. Het leren wordt betekenisvol. En dat is waar het onderwijs om draait.

Hopelijk kun je met bovenstaande lessen aan de slag om leren en lesgeven weer leuk en motiverend te maken!

✍️ Geschreven door Lizzy

School24 inzetten bij jou op school?

Wil je een demonstratie van de leeromgeving, licenties aanvragen of heb je andere vragen? Neem voor meer informatie over School24 contact met ons op. We helpen je graag verder!

+31 6 30 64 52 91

info@onlineslagen.nl